Hoewel het niet nieuw is – Android-telefoons kunnen het al jaren, de elektrische tandenborstel al sinds eind jaren 80 – staat draadloos opladen weer volop in de belangstelling. Dat komt onder meer doordat de nieuwste iPhones ook draadloos op te laden zijn. Maar hoe werkt het en wil je dit dan ook?

Bij ‘inductief opladen’, zoals draadloos opladen officieel heet, wordt via een elektromagnetisch veld energie verplaatst. Sterk versimpeld komt het hier op neer: een zogenoemde vonkinductor op het laadstation zet elektriciteit om in een elektromagnetisch veld, dat een vonkinductor op het op te laden apparaat oppikt en weer terug omzet in elektriciteit.

Waarom doen we dat niet altijd al?
Omdat het pas net kan, hoewel het al lang in ontwikkeling is. Rond 1860 al probeerde een Amerikaan vergeefs energie via radiogolven te versturen. De beroemde uitvinder Nicola Tesla kwam enkele jaren later een stuk verder, maar het lukte hem nog niet om de energie één kant op te sturen. Pas in de jaren 60 slaagde men erin om die energiestroom goed te richten, al duurde het nog steeds tot de jaren 80 voor het Canadezen lukte een modelvliegtuigje met draadloze stroom in de lucht te houden.

Pas deze eeuw nam de ontwikkeling echt een vlucht: in 2006 slaagden onderzoekers aan de technische universiteit MIT erin veel kracht zonder al te veel straling over een paar meter te verzenden. In 2008 werd het Wireless Power Consortium opgericht, dat met een standaard kwam die in consumentenelektronica verreweg het meest gebruikt wordt: Qi.
Qi – spreek uit chi - betekent ‘energiestroom' in het Mandarijn.

Handig
Iedereen heeft weleens per ongeluk iets te snel zijn of haar telefoon mee willen grissen om er te laat achter te komen dat deze nog aan de draad hangt. Met een beetje pech beschadig je zo niet alleen de poort op je telefoon of de oplaadkabel, maar sleur je ook de laptop of powerbank waaraan deze lag op te laden je bureau af.

Vergelijk dat met draadloos opladen, waarbij je zonder nadenken je smartphone – of ander apparaat – van je bureau kunt pakken. En je hoeft ook niet meer bang te zijn dat je je smartphone vergeet op te laden, want zodra je ‘m neerlegt, laadt ie op.

Is het niet slecht voor de batterij?
Hoewel de meningen – en bewijzen – verschillen, is wel duidelijk dat het helemaal opladen en helemaal leegmaken van een batterij nadelig is voor de accuduur. Beter is om ergens in het midden te blijven: een apparaat helemaal opladen en daarna aan de stroom laten hangen, kan schadelijk zijn. Maar met je smartphone zal dat misschien niet heel snel gebeuren, tenzij je hem natuurlijk altijd ‘s nachts oplaadt, dan laadt-ie in het algemeen volledig op. Ook iets om eens over na te denken.

Wat zijn de mogelijkheden?
Het mooie van draadloze oplaadpads is dat ze overal in te verwerken zijn. Zo zijn er al auto’s met een oplaadpad in een dashboardvak, zodat je je telefoon niet eerst hoeft aan te sluiten op een usb-stekker in de sigarettenaansteker. Je legt hem neer en kunt wegrijden. Ikea heeft zelfs lampen met een oplaadpad in de voet. Er zijn ook draadloze oplaadpads waarop meerdere smartphones tegelijk opgeladen kunnen worden. Dus nooit meer vechten om het (laatste vrije) stopcontact.

Welke telefoons kun je op deze manier opladen?
Sinds kort is Apple om en kun je de iPhone 8, 8+ en iPhone X, ook draadloos opladen. Android-telefoons maken al langer gebruik van deze standaard. Maar let op, er is een verschil tussen QI integrated en QI ready. Qi integrated is helemaal klaar voor draadloos opladen, neerleggen op een oplaadpad en hop, hij laadt op. Dit zijn onder (veel) meer de genoemde iPhones, Samsung Galaxy-telefoons vanaf de S6 en bijvoorbeeld de Google Nexus 4, 5 en 6. Qi ready betekent dat de techniek er in principe klaar voor is, maar dat je telefoon nog een ontvanger nodig heeft. Om zeker te weten of je telefoon Qi integrated of Qi ready is, kun je het beste de gebruiksaanwijzing raadplegen of de site van de fabrikant.

Lees ook: Disney maakt kamer voor draadloos opladen (met video)

Met dank aan Spigen voor een groot deel van de informatie.