De winter moet nog beginnen, maar een deel van de Nederlanders maakt zich zorgen over een mogelijke stroomuitval. Dit blijkt uit een onderzoek van reichelt elektronik.

Reichelt elektronik is een van Europa’s grootste distributeurs van elektronica en IT-technologie. Ze hebben Nederlanders gevraagd waarover zich het meeste zorgen maken en hoe ze zich voorbereiden op een mogelijke stroomuitval. 59 procent van de ondervraagde Nederlanders verwacht deze winter stroomuitval. Bijna een kwart (24 procent) denkt zelfs dat deze incidenten één keer per week of vaker zullen plaatsvinden. De meesten denken dat de stroomvoorziening een tot drie uur (34 procent) of minder dan een uur (30 procent) zal uitvallen. Iets meer dan een derde (32 procent) kan zich echter ook een langere uitval van meer dan drie uur voorstellen.

Verwarming en warm water
Mensen maken zich het meeste zorgen over het niet hebben van warm water (39 procent) of het niet kunnen verwarmen van hun huis (37 procent). Ook maken ze zich zorgen over uitvallende waterpompen in gebouwen met meerdere verdiepingen en het stoppen van de drinkwatervoorziening (31 procent). Ook vreest 31 procent dat tijdens een stroomstoring vitale apparaten zullen uitvallen.

Voorzieningen voor noodgevallen
Nederlanders blijken zich ook voor te bereiden. Iets meer dan de helft (53 procent) zegt zich ook te hebben voorbereid op een stroomstoring en ook 53 procent zou zelfs voorbereid zijn als de stroom vandaag 24 uur uitvalt. Dit in tegenstelling tot 44 procent die niet voorbereid zou zijn.

De meeste Nederlanders hebben al basisvoorzieningen in huis, zoals een zaklamp (61 procent), een warme deken (57 procent), lichtbronnen zoals kaarsen en campinglampen (57 procent) of een medicijnvoorraad (57 procent). Maar als het op meer specifieke voorzorgsmaatregelen aankomt, is er voor de Nederlanders nog werk aan de winkel. Zo heeft slechts 25 procent voldoende water in huis. Minder dan een kwart (21 procent) kan een warme maaltijd bereiden op een campingfornuis of grill op batterijen of gas en slechts (20 procent) beschikt over een radio op batterijen om in geval van nood naar het nieuws te kunnen luisteren.