Nederland is na drie jaar teruggekeerd in de top 3 door één plekje te stijgen in de jaarlijkse, toonaangevende Digital Economy and Society Index (DESI) van de EU. Finland en Denemarken staan op de eerste en tweede plek.

Bedrijven en het kabinet investeren, via bijvoorbeeld het Nationaal Groeifonds, extra in de digitalisering van de (maak)industrie, in onderzoek en het toepassen van technologieën als kunstmatige intelligentie (AI), micro-elektronica zoals fotonica en chips, quantum en cloudtoepassingen. Het Nederlandse vast en mobiel internet blijft daarnaast van wereldniveau.

De DESI rangschikt Europese landen als het gaat om de kwaliteit van de digitale infrastructuur, de mate en wijze waarop het bedrijfsleven digitaal onderneemt, gebruik van digitale toepassingen door en vaardigheden van de inwoners en de digitale dienstverlening door de overheid zelf.

De Nederlandse digitale infrastructuur via vaste en mobiele netwerken blijft de tweede plaats in de EU innemen. 91 procent van de Nederlandse aansluitingen heeft nu al toegang tot snel vast breedbandinternet (≥1 Gigabit per seconde) via kabel of glasvezel, terwijl de doelstelling voor de gehele EU is om dit in 2030 overal te hebben gerealiseerd. De beschikbaarheid van 5G mobiel internet loopt ook ver voor op het Europese gemiddelde. In mei concludeerde een adviescommissie dat Nederland in 2023 ook de zogenoemde 3,5 Gigahertz (GHz) frequentieband hiervoor landelijk kan gaan gebruiken.

Ten opzichte van andere EU-landen blijven Nederlanders ver bovengemiddeld digitaal vaardig. Datzelfde geldt voor het aanbod en de kwaliteit van de digitale overheidsdiensten. Het aantal beschikbare ICT-specialisten blijft gestaag groeien, maar voldoet nog niet aan de marktvraag. Als het gaat om het aantal afgestudeerden in een ICT-richting, scoort Nederland iets beneden gemiddeld in de EU.

Knipsel DESI

Index van de digitale economie en maatschappij (DESI), ranglijst 2022