Nederland staat bekend als een technologieland. Toch maken we ons zorgen over onze digitale gesteldheid en die van onze politici. Liefst een derde (34%) van de Nederlanders is bang om de grip op digitalisering te verliezen.

Vijfenveertig procent van de Nederlanders zegt zich zorgen te maken over het digitale niveau van de gemiddelde landgenoot. Bovendien moeten ook Nederlandse Kamerleden en ministers hun digitale kennis en vaardigheden vergroten, vindt 63 procent. Meer dan de helft (51%) stelt bovendien dat er in de Nederlandse politiek te weinig aandacht is voor digitale vraagstukken. Dit alles blijkt uit een onderzoek van Honeypot, een Europees banenplatform voor IT’ers, onder duizend Nederlanders van 18 jaar en ouder.

Meer IT’ers gevraagd
Honeypot richt zich als banenplatform met name op softwareontwikkelaars. De enquête was er dan ook vooral op gericht om te kijken hoe mensen over de IT-sector denken. Wat blijkt: Nederlanders zien het tekort aan ICT-personeel als een urgente kwestie. Ruim driekwart (78%) van de ondervraagden vindt dan ook dat vacatures in de technologiesector ook onder de aandacht moeten komen bij mensen die nog niet in de ICT werken. Met de stelling dat iedereen zichzelf moet kunnen laten omscholen tot softwareontwikkelaar is een overtuigende 67 procent het eens. Daarnaast moet elke werkende Nederlander via de werkgever een cursus programmeren kunnen volgen, vindt 41 procent.

HCC illu Honeypot onderzoek


Ook ziet de Nederlander een rol weggelegd voor scholen om het tekort aan ICT’ers weg te werken. 55 procent zegt dat programmeren een standaard onderdeel moet worden van het lesprogramma op scholen. Volgens een kwart van de ondervraagden zou programmeren een verplicht vak op de middelbare school moeten zijn, volgens 13 procent zelfs al op de basisschool.

Hoewel het aandeel van vrouwen in de technologiesector nog altijd laag ligt, blijken relatief veel vrouwen een baan in de IT te overwegen. Bijna een kwart van de Nederlandse vrouwen (24%) staat bij de zoektocht naar een nieuwe baan open voor een technologiefunctie. Bij de mannen ligt dit percentage met 44 procent nog wel aanzienlijk hoger.