In het Verenigd Koninkrijk heeft de rechtbank bepaald dat patenten alleen kunnen worden verleend aan personen, niet aan kunstmatige intelligentie. De uitvinder moet voor de wet dus een mens zijn, geen machine. Maar hoe lang nog?

Met een meerderheid van twee tegen één heeft een Britse rechtbank bepaald dat een nieuwe uitvinding door een persoon moet worden gedaan om er een patent op te kunnen krijgen. Daarmee verwierp de rechtbank het hoger beroep van een ondernemer die voor twee uitvindingen patent had aangevraagd, een bepaald type bewaardoos voor voedsel en een nieuwe zaklantaarn. De BBC schrijft hierover.

Ondernemer Stephen Taler had echter niet zichzelf als de patentaanvrager opgegeven, maar zijn bedrijf Dabus. Taler stond erop dat hij het patent zou moeten krijgen als de eigenaar van het “creatieve computersysteem” met dezelfde naam, dat hij in zijn aanvraag had omschreven als ‘de échte uitvinder’. Het Dabus-computersysteem maakt gebruik van kunstmatige intelligentie en komt dus zelfstandig tot uitkomsten, beargumenteerde hij.
Het Intellectual Property Office (IPO), de Britse bewaker van intellectueel eigendom, weigerde daarop de patentaanvraag en de rechtbank zegt nu dat die beslissing terecht was. Onder de uitspraak ligt de principiële vraag of een wet - het intellectueel eigendomsrecht - die geschreven is voor mensen, ook van toepassing is op machines.

Verdeelde rechtbank
“Alleen een persoon heeft rechten. Een machine niet”, zo schreef een van de drie rechters. “Een patent is een wettelijk recht en kan alleen worden toegekend aan personen.” De tweede rechter was het daarmee eens, maar de derde niet. Hoewel deze ermee instemde dat “machines geen mensen zijn”, vindt hij dat het IPO ook gewoon géén naam boven het patent had kunnen zetten. “Als er geen naam aan de uitvinder hangt, kan het IPO ook gewoon geen naam boven het patent zetten.”
Deze laatste rechter zei ook dat de zaak veel simpeler was geweest als de eiser niet “zo obsessief was geweest”. Voor ondernemer Stephen Taler is het echter ook een principezaak en niet onterecht, zo is gebleken, want zowel in Australië als in Zuid-Afrika stelden rechters hem in het gelijk.

Nieuwe definities
Een Britse advocaat noemt de uitspraak in zijn land ‘zoals verwacht’. “De rechten van een uitvinding behoren normaal gesproken bij de uitvinder of zijn latere rechthebbenden. Als een machine tot uitvinder wordt benoemd, wordt het wel heel lastig om te bepalen wie nu de eigenaar van die rechten is.” ”Maar”, voegt de advocaat eraan toe, “het lijdt geen twijfel dat de definitie van het begrip uitvinder aan vernieuwing toe is, nu computers en kunstmatige intelligentie steeds belangrijker worden in het creatieproces.”

Ook In de Verenigde Staten ving dezelfde ondernemer kortgeleden bot met zijn patentaanvraag. Daar zei de rechter: “Met het voortschrijden van de technologie komen er zeker tijden aan waarin kunstmatige intelligentie zo geavanceerd is, dat je die volgens de algemeen geldende normen ‘uitvinder’ zou mogen noemen. Maar zover is het nog niet, en als het wél zover is, is het aan de wetgever om daar een ei over te leggen.”