Advertorial - Radiografisch bestuurbare auto’s zijn van alle tijden. De techniek achter deze snelheidsmonsters is de laatste jaren fors verbeterd en de accu’s zijn steeds krachtiger geworden. Hierdoor is het tegenwoordig mogelijk om snelheden boven de honderd kilometer per uur te kunnen halen.

 Je hebt dan uiteraard wel een geschikte locatie nodig waar je veilig en ongestoord met dergelijke voertuigen kunt racen, om er het optimale plezier uit te kunnen halen. Een voertuig als de Traxxas Rustler kan overigens wel tegen een stootje, dus het is geen bezwaar als het gekozen terrein wat aan de ruige kant is. Dat laatste biedt natuurlijk volop mogelijkheden.

Accu
De techniek achter een radiografisch bestuurbare auto is redelijk overzichtelijk. Feitelijk heb je te maken met vier belangrijke onderdelen, te weten de krachtbron, de motor, de zender en de ontvanger. Als krachtbron wordt in veel gevallen een zogenoemde LIPO-accu gebruikt. Voluit staat dat voor lithium-ion-polymeer-accu. Dergelijke accu’s vind je ook terug in drones. Ze hebben een zeer lage inwendige weerstand, waardoor ze ook bij een belasting van 100 ampère nog steeds 7 volt blijven leveren. Vergelijk je dat met een NIMH-accu, zoals je die veelal in laptops vindt, dan is het prestatievermogen veel beter. Met dat type accu zou je onder de 5 volt uitkomen. Dat verschil is essentieel voor de aandrijving van een radiografisch bestuurbare auto. Een bijkomend voordeel is in dit geval dat de LIPO-accu’s veel lichter zijn, want extra gewicht reduceert uiteraard de snelheid van het voertuig.

Kanalen
Het spreekt voor zich dat de keuze voor de motor voor een belangrijk deel bepalend is voor de prestaties van je radiografisch bestuurbare auto. Wanneer je bijvoorbeeld de specificaties van de populaire Arrma Kraton bekijkt, zul je ontdekken dat de motor hierbij niet specifiek omschreven wordt. Je bepaalt namelijk uiteindelijk zelf welk type motor je in het voertuig zet. De motor zorgt ervoor dat de basisfuncties van het voertuig, zoals het draaien van de wielen, het sturen en het remmen, verzorgd zijn. De motor reageert op de commando’s die vanuit de zender worden verstuurd naar de ontvanger in het voertuig. De zender wordt meestal bestuurd met behulp van een controller, maar kan ook met een joystick worden uitgerust. Doorgaans wordt van twee radiokanalen gebruik gemaakt; één om te sturen en één om gas te geven. Er zijn overigens ook radiografisch bestuurbare auto’s in de handel die drie verschillende kanalen gebruiken.