Een Amerikaanse rechtbank heeft de verbanning van Xiaomi voorlopig teruggedraaid. De Chinese telefoonfabrikant kwam onder president Trump op de zwarte lijst te staan, maar de federale rechter ziet daar weinig aanleiding voor.

Het Amerikaanse ministerie van Defensie liet Xiaomi half januari, nog net tijdens de vorige regeringsperiode, op de lijst van bedrijven plaatsen waarin niet meer mag worden geïnvesteerd. Dat is een iets lichtere sanctie dan bijvoorbeeld die voor Huawei, waarmee helemaal niet mag worden samengewerkt. De beschuldiging was echter dezelfde: Xiaomi zou onder één hoedje spelen met het Chinese leger en de inlichtingendiensten.

Nogal sceptisch
De federale rechter Rudolph Contreras schijft in zijn voorlopige vonnis dat “kwesties van nationale veiligheid zeker een belangrijke overweging zijn voor de Amerikaanse overheid”, maar dat de rechtbank “nogal sceptisch is, dat daar in dit geval sprake van is”.

Verder zegt de rechter dat Xiaomi onherstelbare schade kan oplopen door het regeringsbesluit, waarbij hij erop wijst dat het aandeel van Xiaomi sinds die tijd 9,5 procent in waarde gedaald is. Bovendien staan er volgens Contreras fouten in de aanwijzing van de overheid, die “weinig vertrouwen geven dat het proces erg zorgvuldig is geweest”.

Niet gelieerd
Het gaat hier om een tussenvonnis in de zaak die Xiaomi begin februari tegen de Amerikaanse overheid aanspande om van de zwarte lijst te worden verwijderd. De telefoonfabrikant stelt dat het bedrijf “niet in het bezit is van, noch onder controle staat van, noch gelieerd is aan het Chinese leger”. Als reactie op het tussenvonnis laat de telefoongigant weten dat het “van plan is de rechtbank te blijven verzoeken om de aanwijzing onwettig te verklaren en definitief te verwijderen”. Het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft nog niet gereageerd.

Xiaomi was eind vorig jaar nog de derde grootste smartphoneleverancier ter wereld, na Samsung en Huawei en net vóór Apple. Maar die cijfers kunnen dankzij de boycots inmiddels achterhaald zijn.