Het Japanse NEC heeft een systeem voor gezichtsherkenning ontwikkeld, dat zelfs werkt als mensen een mondkapje dragen. Het focust op de niet-bedekte delen zoals ogen en jukbeenderen en werkt volgens het bedrijf bijna feilloos.

Volgens NEC, maker van computers, smartphones en software, duurt de verificatie van het beeld minder dan een seconde en heeft deze een nauwkeurigheid van meer dan 99,9 procent. Het elektronicabedrijf zegt dat corona de ontwikkelingen op dit gebied in een stroomversnelling heeft gebracht. Manager digitale platforms van NEC Shinya Takashima verklaart dat als gevolg van corona de behoefte aan betere gezichtsherkenning nog groter is geworden. Het verbeterde NeoFace Live Facial Recognition-programma zou er namelijk voor zorgen dat mensen niet meer aan hun mondkapje en aan eventueel besmette oppervlakken hoeven te zitten om zich te identificeren.

Meer nauwkeurigheid
Vóór de coronapandemie konden algoritmen voor gezichtsherkenning 20 tot 50 procent van de afbeeldingen van mensen met gezichtsmaskers niet identificeren, zo was te lezen in een rapport van het Amerikaanse National Institute of Standards and Technology. Maar medio 2020 meldde het instituut al wel enorme verbeteringen in de nauwkeurigheid.
In Engeland werkt de Metropolitan Police met gezichtsherkenning van NEC en andere klanten zijn de luchtvaartmaatschappijen Lufthansa en Swiss International Airlines. NEC zelf test zijn systeem bij betaalautomaten in een winkel op zijn hoofdkantoor in Tokio.

Controversieel
Systemen voor gezichtsherkenning zijn controversieel, omdat er nauwelijks nog wetgeving is op dit terrein terwijl ze al wel worden toegepast. Bovendien ligt de techniek vooral in de VS gevoelig, omdat die veel meer moeite heeft om mensen met een donkere huidskleur te herkennen dan mensen met een blanke achtergrond. Om die redenen hebben grote Amerikaanse techbedrijven, waaronder Amazon en IBM, hun samenwerking met de autoriteiten op dit terrein stopgezet.
Ook in de Europese Unie staat de invoering van gezichtsherkenning in openbare ruimtes op een laag pitje, terwijl er ondertussen wordt gewerkt aan privacywetgeving. Maar een moratorium van vijf jaar op de ontwikkeling van deze techniek, zoals de Unie eerder wilde, is er nooit van gekomen.