De aandrang om aan je smartphone te zitten, zit in onszelf en app-notificaties hebben daar maar nauwelijks invloed op. In 89 procent van de gevallen, zo blijkt uit onderzoek, pakken we zelf ongevraagd de telefoon op. Slechts in 11 procent is dat als gevolg van een melding op het apparaat.

Notificaties op je smartphone kunnen WhatsApp-berichten zijn, nieuwe mailtjes, een weer- of nieuwsupdate en uiteraard Facebook- en andere sociale berichten. Nu blijkt echter dat die notificaties maar heel beperkt de reden zijn om onze smartphone ter hand te nemen. Het is eerder “een drang van de gebruiker om met zijn telefoon te communiceren, die bijna automatisch lijkt te gebeuren, net zoals een roker een sigaret opsteekt.”

Dat concludeert onderzoeker Maxi Heitmayer van de London School of Economics and Political Science (LSE) naar aanleiding van zijn studie die deze week in Science Direct is gepubliceerd. De BBC schrijft daarover. Uit het onderzoek blijkt ook dat we - of in ieder geval: de onderzochte doelgroep - gemiddeld elke vijf minuten de telefoon checken. Twee andere conclusies: groep-chats zorgen vooral voor stress en het scrollen door Facebook en Instagram zorgt voor de langste bezoeken aan je smartphone.

Top-6
Heitmayer volgde 37 personen uit Engeland, Duitsland en Frankrijk met een gemiddelde leeftijd van 25 jaar. Deze proefpersonen kregen een bril met een minicameraatje opgezet die hun telefoongedrag in hun dagelijkse leven voortdurend bijhield. In totaal leverde dat 1130 interacties met de smartphone op. De top-6 van activiteiten:

1. WhatsApp: 22%
2. Scherm checken of er notificaties zijn: 17%
3. Instagram: 16%
4. Facebook: 13%
5. E-mail checken: 6%
6. Bellen: 1%

Hoewel groepsgesprekken in WhatsApp voor veel onrust zorgen, zeggen de proefpersonen achteraf dat de informatie daarin grotendeels onbelangrijk is. E-mail zien ze als de belangrijkste notificatie.

LSE onderzoek

Net al de cowboys
Een van de proefpersonen: “Ik beschouw mezelf wel als iemand die erg gehecht is aan z’n telefoon. Maar toen ik dit zag, realiseerde ik me dat ik het me niet eens kan herinneren dat ik hem oppakte. Ik denk dat ik hem veel meer gebruik dan ik mezelf heb doen geloven.” Ook een andere deelnemer zegt: “Ik kan me niet herinneren dat ik mijn telefoon tevoorschijn haalde. Als ik dat moment zie, kan ik me echt niet herinneren dat ik dat heb gedaan... Het verbaast me dat ik de telefoon maar blijf controleren.”

“Het checken van de telefoon is voor veel gebruikers veel meer een noodzaak geworden dan dat zij het apparaat gebruiken voor communicatie”, zegt Heitmayers mentor Saadi Lahlou, hoogleraar sociale psychologie aan de LSE. “Dit is een serieus probleem, vooral voor kinderen. We lopen nu het duister in zonder een fatsoenlijk begrip van hoe deze apparaten onze manier van leven veranderen.”
“We zullen trucs moeten leren”, vervolgt hij, “om de verleiding te mijden wanneer we ons willen concentreren of goede sociale relaties willen onderhouden. We moeten het doen zoals de cowboys het deden met hun revolvers als de ze saloon binnengingen: laat ze buiten! Heel belangrijke of urgente zaken komen maar zelden voor. De meeste dingen kunnen best een paar uur wachten.”