Techbedrijven passen hun terminologie aan vanwege de wereldwijde Black Lives Matter-discussies. De computertermen ‘master' en ‘slave’ zijn nu ook bij Twitter taboe verklaard.

Master en slave zijn bekende termen in de ICT- en elektronicawereld voor primaire en secundaire systemen, verbindingen, databases et cetera. Deze termen liggen al langer gevoelig en de recente discriminatiedebatten en demonstraties hebben de kwestie nieuw leven ingeblazen. Vorige maand deed het programmeursplatform GitHub de termen master en slave al in de ban en ook Twitter brengt nu naar buiten dat het bedrijf de woorden niet meer wil gebruiken. Andere termen die onder vuur liggen, zijn whitelist en blacklist voor code, programma’s of websites die wel of niet worden geblokkeerd. Zo stelden medewerkers van Google’s Android- en Chromium-team de ‘neutralere’ termen allowlist en blocklist voor.

Primary en replica
De taaldiscussie speelt al langer in de VS: in 2003 kwam de gemeente Los Angeles met een verbod op de terminologie voor al haar hardware-leveranciers. In de jaren daarna hebben veel Amerikaanse techbedrijven, zoals IBM, Microsoft, Drupal en MySQL, maar ook programmeertaal Python, hun begrippen aangepast: zij spreken officieel over primary en replica of over main en secondary.

Ook de taalstrijd zelf roept weer discussies op: voorstanders van de aanpassingen vinden dat termen die - zouden kunnen - verwijzen naar het slavernijverleden of naar ras simpelweg niet meer kunnen. Tegenstanders spreken van politieke correctheid en vinden het overdreven. Twitter verklaart in ieder geval dat het bedrijf al in januari bezig was met nieuwe taalinstructies voor zijn ontwikkelaars, dus vóór de huidige discussies.

Twitterbericht