De techreuzen Google, Apple en Amazon hebben aangekondigd samen te gaan werken aan een nieuwe open source-standaard voor smart home-producten. Doel is dat deze slimme apparaten beter gaan samenwerken en veiliger - lees: beter afgeschermd - worden. 

Door Arno Beuken

De standaard waaraan de drie bedrijven werken, moet ervoor zorgen dat smart home-producten niet meer afhankelijk zijn van één systeem zoals Google Assistant, Apple’s Siri of Amazon’s Alexa. Het moet voor gebruikers niet uitmaken via wat voor smartphone of spraaksysteem zij met hun slimme luidspreker, lamp of thermostaat willen communiceren. Misschien wel met een heel ander systeem dan de drie hier genoemde, vandaar open source.

Voor de ontwikkeling van deze nieuwe standaard voor het Internet of Things hebben Apple, Google en Amazon een werkgroep opgericht met de naam Project Connected Home over IP. Ook andere bedrijven die producten voor IoT maken, sluiten zich bij deze werkgroep aan. Bekende namen zijn IKEA, Samsung Smart Home en Signify, dat de Philips Hue-lampen maakt.

Onderling communiceren
De standaard zal dus gebaseerd zijn op IP, het internetprotocol. Dat betekent niet per se dat alle apparaten ook rechtstreeks verbinding met internet zullen maken. Het draait vooral om het eenvoudiger versturen van informatie van de ene plek in huis naar de andere, van het ene apparaat naar het andere, met behulp van een bekend en vertrouwd protocol. Het is niet de bedoeling dat de nieuwe standaard wifi en bluetooth gaat vervangen.

Veiligheid
De eerste producten die via dit nieuwe protocol gaan werken, moeten komend jaar al het licht zien. Het project richt zich in eerste instantie op het ontwikkelen van producten die met veiligheid in huis te maken hebben, zoals alarmsystemen, sloten en rookalarmen.

Beeld: Samsung Smart Home

Bijschrift bij beeld rechts: Samsungs voorstelling van een ‘slimme’ woonomgeving.