iPhone 11-gebruikers hebben het misschien al eens gemerkt: de smartphone registreert je locatiegegevens, ook als je die functie actief hebt uitgeschakeld. Apple komt nu met een verklaring: de oorzaak ligt in de ultrabreedband-functionaliteit.

Door Arno Beuken

Apple zegt iPhone-bezitters steeds meer controle te willen geven over het afschermen van privacygevoelige zaken, zoals locatiegegevens. In de instellingen kunnen gebruikers aangeven of ze de locatietracking helemaal willen uit- of aanzetten of dit specifiek per app willen regelen. Bij de iPhone 11 en de iPhone 11 Pro die sinds september dit jaar op de markt zijn, gaat dit echter niet helemaal goed, merkte beveiligingsexpert Brian Krebs. De smartphones verzenden locatiegegevens, zelfs als de gebruiker die functie volledig heeft uitgeschakeld.

Verklaring Apple
Krebs kaartte de kwestie aan bij Apple en het bedrijf komt - na aanvankelijke ontkenning en vervolgens enig stijlzwijgen - nu met een verklaring. Het probleem is erin geslopen bij de ontwikkeling van AirDrop, de functie waarmee iPhone-gebruikers onderling media- of andere bestanden kunnen uitwisselen. Dat uitwisselen verloopt via ultrabreedband (met snelheden hoger dan 50 Mbps) en Apple heeft zijn smartphones uitgerust met spatial awareness (ruimtelijk bewustzijn) om andere apparaten te herkennen die ook met ultrabreedband overweg kunnen. En daar zijn die locatiegegevens voor nodig. Bovendien zegt Apple dat het zich moet houden aan internationale afspraken waarin is bepaald dat op sommige risicogevoelige locaties ultrabreedband moet kunnen worden uitgeschakeld. “iOS gebruikt Locatievoorzieningen om te bepalen of de iPhone zich in zo’n gebied bevindt”, zegt een Apple-woordvoerder.
Apple verklaart dat de locatie alleen op het apparaat zelf wordt bijgehouden en dat het bedrijf hierover zelf geen data verzamelt. Bij een volgende iOS-update wordt de kwestie mogelijk opgelost.
(Bron: TechCrunch)