De Nederlandse geheime diensten mogen met een nieuwe wet ook onschuldige burgers hacken, als ze op die manier bij hun doelwitten kunnen komen. Dat blijkt uit de tekst van de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. De Volkskrant heeft de nog niet openbaar gemaakte wetstekst boven tafel gekregen en gedeeld met de NOS.

De nieuwe bevoegdheid kan betekenen dat als je bijvoorbeeld een Dropbox-folder deelt met een verdachte, of op dezelfde server een website hebt, je gehackt mag worden om via die omweg toegang te krijgen tot gegevens van de verdachte.

Volgens het kabinet is dat nodig omdat de doelwitten van geheime diensten zich vaak bewust zijn van risico's en zichzelf goed beschermen, zodat ze moeilijk te hacken zijn. De bevoegdheid geldt alleen voor geheime diensten, zoals de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), en niet voor de politie.

Opvallend is dat het kabinet het Privacy and Identity Lab, een samenwerking van twee universiteiten en TNO, onderzoek heeft laten doen naar de nieuwe wet, maar het advies op dat punt naast zich neerlegt. Het P. I. Lab schrijft dat het hacken van "onverdachte burgers" te ver gaat. Het onderzoek spreekt over "onaanvaardbare privacyrisico's".

Bits of Freedom
Hoewel het kabinet erkent dat het gaat om een bevoegdheid die inbreuk maakt op de burgerrechten, worden de plannen toch doorgezet. Wel moet een nieuwe commissie toestemming geven voordat ze zo ver mogen gaan. Ook mogen de geheime diensten niet rondneuzen in jouw gegevens.

Burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom, die de wet heeft geanalyseerd, is er niet over te spreken. "Iemand heeft niks gedaan, maar plotseling zitten de geheime diensten wel in zijn apparaat", zegt Ton Siedsma van die organisatie. Het kan daarbij gaan om smartphones, tablets of laptops, maar ook om nieuwe soorten slimme apparatuur, zoals horloges, koelkasten en auto's.

Grootschalig tappen
Ook de bevoegdheid om grootschalig af te tappen blijft in de nieuwe wet grotendeels ongewijzigd na kritiek van onder meer Amnesty International, het College voor de Rechten van de Mens en het bedrijfsleven. Twee weken geleden zei het kabinet nog dat het tegemoet zou komen aan de zorgen.

Uit de wetstekst blijkt dat de AIVD en zijn militaire evenknie, de MIVD, nog steeds op grote schaal mogen aftappen. Op basis van een aanwijzing van de geheime dienst mogen grote hoeveelheden internetverkeer worden onderschept, geanalyseerd en drie jaar worden opgeslagen. Een tap mag bovendien een jaar lang worden geplaatst, waarna hij weer kan worden verlengd.

Vorige week meldde de NOS al op basis van een vertrouwelijk document dat het ministerie overweegt om de nieuwe bevoegdheid te gebruiken om bijvoorbeeld chat-apps en wifi-hotspots af te tappen. De geheime diensten mogen nu ook al internetkabels aftappen, maar slechts één per keer. Straks mogen ook groepen internetverbindingen worden afgeluisterd.

Toetsing
Wel is ook daarvoor toetsing door een onafhankelijke commissie vereist. Dat had het kabinet al aangekondigd. Uit het wetsvoorstel blijkt dat die commissie bestaat uit oud-rechters die minimaal zes jaar als rechter hebben gediend. Als journalisten of advocaten worden afgetapt, dan moet zelfs een rechtbank zich er over buigen. Beter toezicht op aftappen was nodig na uitspraken van Nederlandse en Europese rechters.

Uit de uitleg bij de nieuwe wet blijkt dat er de komende jaren een aftapnetwerk met vier grote locaties komt. Het kabinet betaalt de kosten van het aftappen, van 15 miljoen euro volgend jaar tot 35 miljoen euro in 2019.

Oude wet uit 2002
Volgens het kabinet zijn de plannen nodig omdat de huidige Wet op de Inlichtingendiensten uit 2002 stamt en niet meer voldoet. De nieuwe bevoegdheden voor de geheime diensten zouden kunnen helpen om doelwitten te kunnen blijven volgen. Ook kunnen de Nederlandse geheime diensten met deze wet beter samenwerken met andere geheime diensten, zegt het kabinet.

Critici vrezen echter gevolgen voor de privacy. Zo is oppositiepartij D66 bang voor een sleepnet. Ook telecombedrijven reageerden kritisch, net als MKB-Nederland en VNO-NCW. Op een internetconsultatie, die vorig jaar werd geopend, kwamen 1100 reacties binnen. Van de openbare reacties, ruim 550, was een groot deel negatief.

Het wetsvoorstel ligt nu ter advies bij de Raad van State, en gaat waarschijnlijk voor de zomer naar de Tweede Kamer.