De onderzoekers hebben gekeken naar insecten uit de natuur en inspiratie opgedaan voor hun dronezwerm. Hierdoor botsen de drones niet meer met elkaar en kunnen ze zelfs met elkaar communiceren.

Het onderzoeksteam bestaat uit onderzoekers van de TU Delft, de Universiteit van Liverpool en de Radboud Universiteit Nijmegen. De drones die zij hebben bedacht kunnen problemen oplossen die grote individuele drones niet aankunnen of meer moeite mee hebben dan een zwerm.

Een van de scenario’s waarin een zwerm drones effectiever is dan één, is bij het uitvoeren van verkenningen. De zwerm drones wordt dan gebruikt bij het uitvoeren van reddingsoperaties. De zwerm verkent de omgeving eerst, zoals een brandend gebouw, en daarna keren de drones terug met relevante informatie voor de reddingswerkers. De reddingswerkers weten dan al van tevoren waar het grootste gevaar is en waar overlevenden zijn.

De drones hebben maar een aantal simpele functies. Ze kunnen vliegen, hun snelheid regelen en obstakels vermijden. De onderzoekers hebben ook een slimme methode bedacht om ervoor te zorgen dat de individuele drones elkaar kunnen waarnemen en vermijden. Dit hebben ze gedaan door de drones te voorzien van een chip voor draadloze communicatie. Deze chip werkt met een sensor voor signaalsterkte. Op deze manier weten de drones wanneer ze elkaar bijna raken en dat ze elkaar moeten ontwijken.

De navigatiemethode die de zwerm gebruikt staat bekend als een insectenalgoritme. Dit betekent dat ze de omgeving niet in kaart brengen wanneer ze vliegen, maar dat ze obstakels herkennen en onthouden. Dit insectenalgoritme is niet zo effectief als het maken van een plattegrond, maar het is te duur om zo’n systeem te maken voor zulke kleine drones. Het insectenalgoritme kan daarentegen wel geïnstalleerd worden in de kleine drones.

Het belangrijkste van het insectenalgoritme is dat de drones hun weg terug naar het basisstation kunnen vinden. De zwerm stijgt van dit basisstation op en gaat de omgeving verkennen. Elke drone start in een andere richting. Als de batterij van een drone 60% heeft bereikt dan krijgt de drone het bevel om terug te keren. De onderzoekers leren dit aan de drones door een signaalbaken bij het basisstation te hebben waar de drones op af kunnen komen.

Voor meer informatie kun je hier klikken en in onderstaand filmpje kun je zien hoe de drones te werk gingen in een test.