Europese burgers krijgen meer controle over hun persoonsgegevens. Dat is wat het nieuwe pakket regels beoogt die het Europees Parlement daartoe heeft goedgekeurd.

Er is vier jaar gewerkt aan een complete revisie van de Europese regels ter bescherming van persoonsgegevens. Hiermee kan de richtlijn uit 1995 (!) eindelijk vervangen worden.

Een richtlijn voor gebruik van gegevens door opsporingsinstanties maakt ook deel uit van de nieuwe regels. Deze stelt - voor het eerst - minimum standaarden voor gebruik van persoonlijke gegevens voor gebruik door bijvoorbeeld de politie in elke lidstaat. De richtlijn is ook van toepassing op gegevensoverdracht naar andere EU-landen.

De nieuwe regels omvatten onder meer:
• het recht om te worden vergeten
• "duidelijke toestemming vooraf" voor het gebruik van persoonlijke data
• het recht om gegevens over te brengen naar een andere dienstenaanbieder
• het recht te weten of je gegevens zijn gehackt
• garanties voor heldere uitleg van privacybeleid
• betere handhaving en boetes tot 4% van de wereldwijde omzet in het geval van overtreding

“De nieuwe regels moeten individuen beter beschermen - of het nu gaat om slachtoffers, criminelen of getuigen - via eenduidigheid van rechten en wettelijke beperkingen voor gebruik van persoonlijke gegevens. Hierbij gaat het om het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van wetsovertredingen, of de uitvoering van straffen - inclusief het voorkomen van gevaar voor de openbare orde en veiligheid. De samenwerking tussen wethandhavingsinstanties wordt met de wetgeving makkelijker en efficiënter.” Zo stelt het Parlement.

Lidstaten hebben twee jaar de tijd om de richtlijn voor gebruik van gegevens door opsporingsinstanties om te zetten in nationale wetgeving.

>> Volledige (Engelstalige) tekst op de site van het Europees Parlement