Er mag onder strikte voorwaarden op de openbare weg getest worden met zelfrijdende voertuigen, zonder dat er een bestuurder in het voertuig is, zoals een zelfrijdend OV-busje met een operator op afstand.

Per 1 juli is de nieuwe Experimenteerwet die dit soort tests mogelijk maakt, ingegaan. Voordat de minister toestemming geeft voor zo’n experiment, wordt de aanvraag eerst beoordeeld door de RDW, de politie, de wegbeheerder en de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid. Zij bepalen of de risico’s voor de verkeersveiligheid voldoende zijn ondervangen.

Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat: "De auto van de toekomst wordt vandaag ontworpen. Zelfrijdend vervoer biedt kansen om de verkeersveiligheid te verbeteren en het aantal files door ongevallen terug te dringen. Het is belangrijk dat we onze wegen en wetgeving daar op voorbereiden. En dat we daarmee niet wachten totdat deze auto’s te koop zijn. Daarom bieden we fabrikanten nu de mogelijkheid om op de openbare weg te experimenteren met dit soort voertuigen. Waarbij de veiligheid van alle weggebruikers altijd voorop staat."

Het al al langer mogelijk om zelfrijdende auto’s te testen op de openbare weg, maar tot op heden moest er dan wel altijd een bestuurder in het voertuig aanwezig zijn. Er zijn in Nederland al op enkele plaatsen proeven gedaan met zelfrijdende bussen, waaronder in de regio Rotterdam, Den Haag en Limburg. Met deze nieuwe wet is ook het testen met een bestuurder op afstand mogelijk. Naast eerdergenoemde OV-busjes, gaat het bijvoorbeeld ook om tests met rijdende wegafzettingen voor op de snelweg.

Er zijn uiteraard wel voorwaarden en restricties aan verbonden. De risico’s voor de verkeersveiligheid moeten aantoonbaar tot een minimum beperkt worden en de bestuurder op afstand moet over een geldig rijbewijs beschikken. Ook is de toestemming gebonden aan plaats en tijd en moeten de uitkomsten van het experiment worden teruggekoppeld aan de RDW.