In afwachting van een grotere hervorming wil Europa dit jaar al een belasting op digitale inkomsten heffen. Die belasting wordt wel zeer specifiek gericht op de echt grote technologiebedrijven.

Eind deze week komen de Europese ministers van financiën samen in Oostenrijk, dat momenteel EU-voorzitter is. Uit een document van het Oostenrijks voorzitterschap leert persbureau Reuters dat er een plan op tafel ligt om dit jaar nog met die belasting te komen.

Algemeen zijn er twee kampen onder de lidstaten. Kleinere landen met een lage belastingdruk zoals Luxemburg of Ierland, willen een grote hervorming van de regels zodat die ook rekening houden met de belasting op online aankopen of digitale diensten.

Daar tegenover staan een aantal grotere landen die vooral willen dat er snel nieuwe regels komen omdat zij zien hoe grote spelers de lokale markt treffen terwijl sommige multinationals hun belastingen tot een minimum beperken door winst naar landen met gunstigere regimes te versluizen.

Het plan dat Reuters kon inkijken lijkt vooral te sturen op een snelle voorlopige maatregel, in afwachting van een grotere herziening.

Concreet gaat het om een heffing van drie procent op de digitale omzet van grote bedrijven. Het verkopen van gebruikersdata valt er niet onder, maar de omzet uit online advertenties en van online marktplaatsen worden wel belast.

Belangrijk detail: de heffing is specifiek voor bedrijven met een wereldwijde omzet van meer dan 750 miljoen euro en een Europese omzet van 50 miljoen euro per jaar. Of anders gezegd: Google, Facebook, Amazon en in totaal een tweehonderdtal bedrijven. Dat moet de EU jaarlijks zo'n vijf miljard euro opbrengen.