Uit een nieuw onderzoek blijkt dat de meningen en beslissingen van kinderen niet alleen beïnvloed kunnen worden door andere kinderen, maar ook door wat robots hen zeggen.

'Als je vrienden je zouden vragen om van de brug te springen, zou je het dan ook doen?', vragen ouders wel eens als ze merken dat hun kinderen onder sociale druk staan. Mogelijk gaan ze hen binnenkort een nieuwe vraag moeten stellen: 'Als een robot je vraagt om in de vaart te springen, zou je het dan ook doen?'

Solomon Asch, een pionier in de sociale psychologie, onderzocht al in de jaren 50 hoezeer mensen zich laten beïnvloeden door groepsdruk. Zo zette hij een experiment op waarbij een proefpersoon vier lijnen op een scherm te zien kreeg en moest zeggen welk twee lijnen even lang waren.

Wanneer mensen die test in hun eentje aflegden, maakten ze zelden een fout. Maar wanneer er zes andere mensen meededen die (opzettelijk) het verkeerde antwoord gaven, dan waren de proefpersonen sneller geneigd om de anderen te volgen. Sociale druk kan er dus voor zorgen dat een persoon dingen zegt of doet die niet correct zijn.

Sociale invloed
Om te onderzoeken of ook robots dergelijke sociale invloed kunnen uitoefenen op mensen, herhaalden wetenschappers meer dan zestig jaar later dit experiment. Ze deden dat onder drie omstandigheden: wanneer de proefpersonen alleen waren in de testkamer, met leeftijdsgenoten erbij en vervolgens in gezelschap van sociale robots.

Waar volwassenen vaak hun mening aanpassen op basis van wat anderen zeggen ('conformeren'), bleken ze meestal wel weerstand te bieden tegen de invloed van robots. Bij kinderen ligt dat anders. De kinderen (7 tot 9 jaar) die aan het onderzoek deelnamen, gaven wel vaak dezelfde antwoorden als de robot, ook als die antwoorden duidelijk fout waren.

Kinderen
Kinderen die de test alleen aflegden, scoorden gemiddeld 87%. Wanneer ze de test samen met een robotje deden, zakte die score naar 75%. Wanneer ze een fout antwoord gaven, gebeurde dat in 74% van de gevallen onder invloed van de robot.

Het onderzoek werd geleid door Anna Vollmer (Universiteit van Bielefeld, Duitsland) en Tony Belpaeme (UGent en Universiteit van Plymouth). De resultaten verschenen woensdag in het vaktijdschrift Science Robotics.

"We weten al lang dat het moeilijk is om jezelf niet te laten beïnvloeden door opvattingen en meningen van mensen om ons heen. Maar omdat robots binnenkort thuis en op de werkplek zullen worden gevonden, vroegen we ons af of mensen zich ook aan robots zouden aanpassen", zegt professor in de robottechniek Tony Belpaeme.

Volwassenen
"Wat onze resultaten laten zien, is dat volwassenen hun mening niet conformeren aan wat robots zeggen. Maar kinderen blijken dat wel te doen. Zij hebben misschien meer affiniteit met robots dan volwassenen. De studie roept de vraag op: wat als robots suggesties zouden doen rond koopgedrag, of over wat je moet denken?"

"Een toekomst waarin autonome sociale robots worden gebruikt als hulpmiddelen voor onderwijsprofessionals of kind-therapeuten is niet ver weg. In deze toepassingen bevindt de robot zich in een positie waarin de verstrekte informatie een aanzienlijke invloed kan hebben op de personen met wie ze communiceren."

Volgens Belpaeme is hier meer discussie over nodig. "Moeten er geen beschermende maatregelen komen, zoals een regelgevend kader, die het risico voor kinderen minimaliseren tijdens sociale interactie met robots? En welke vorm moet die eventuele regelgeving dan aannemen om de veelbelovende ontwikkelingen niet nadelig te beïnvloeden?"