Het IPv4-protocol is uitgeput en bedrijven en organisaties hebben geen toegang meer tot openbare IPv4-adresblokken. Dat blijkt uit gegevens van de wereldwijde toezichthouder voor netwerkadressen, de Internet Assigned Numbers Authority.

De Internet Assigned Numbers Authority meldde al in 2011 dat het geen nieuwe adressen meer had om uit te delen aan regionale internetregisters of RIR’s. Later dat jaar berichtte ook Asia-Pacific Network Information Center dat hun voorraad van beschikbare IPv4-adressen was uitgeput.

Vervolgens kwam ook het Réseaux IP Européens, oftewel RIPE, in september 2012 droog te staan, gevolgd door het Latijns-Amerika en Caribisch netwerkinformatiecentrum of LACNIC in juni 2014. In september 2015 volgde ook het Amerikaanse register voor internetadressen.

Laatste adressen
Het Europese RIPE beschikte tot voor kort nog over een beperkt aantal IPv4-adressen, maar deze zijn eerder de laatste kruimels van de koek. Sinds februari 2017 mogen uitsluitend bedrijven die geen IPv4-adres in hun bezit hebben de resterende adressen opkopen. Verder kunnen bedrijven of organisaties ook nog steeds hun IP-adressen verkopen en uitwisselen.

Trage overstap
De overstap van het IPv4- naar het IPv6-protocol verloopt traag. Hoewel een overstap naar IPv6 echt noodzakelijk is, wachten bedrijven en organisaties totdat ze geen andere optie hebben.

Het IPv4-protocol biedt IP-adressen met een lengte van 32 bits. De adresruimte van IPv4 is daarom beperkt tot 4.294.967.296 IP-adressen. In de praktijk blijkt dit systeem echter te weinig bruikbare adressen op te leveren. Daarom heeft men Internet Protocol versie 6 of IPv6 ontwikkeld met IP-adressen bestaande uit 128 bits, een structurele oplossing voor de schaarste in adresruimte van IPv4.