Vertegenwoordigers van het Europees parlement en de Raad hebben donderdag een eerste voorstel voor Europese regels voor civiele drones goedgekeurd. Gebruikers van bepaalde types drones zullen zich in de toekomst moeten registreren.

Drones die minder dan 150 kilogram wegen - de overgrote meerderheid - wordt tot nog toe gereguleerd op nationaal niveau, met verschillende veiligheids- en technische normen voor elk land. Dat is lastig voor fabrikanten, en bemoeilijkt ook de grensoverschrijdende samenwerking. Het Europees parlement wil basisvereisten op het vlak van onder meer veiligheid en privacy, voor civiele drones daarom verankeren in de EU-wetgeving.

Het informele akkoord dat parlement en Raad donderdag bereikten, voorziet onder meer in de verplichte registratie van drones vanaf een bepaald gewicht. De Europese Commissie moet zich wel nog buigen over de technische uitwerking van het voorstel. Zij moet uitmaken welke soorten drones een hoogtelimiet moeten krijgen, wat het maximale gewicht mag zijn en hoe botsingen moeten worden voorkomen.

De lidstaten moeten er dan weer voor zorgen dat drone-gebruikers die schade kunnen berokkenen - bijvoorbeeld als ze tegen mensen vliegen -, of een inbreuk op het privéleven kunnen betekenen, zich registreren. Die drones moeten dan ook makkelijk herkenbaar zijn aan de hand van een soort van label.

Civiele drones zullen over tien jaar naar schatting 10 procent van de Europese luchtvaartindustrie uitmaken, goed voor een markt van 15 miljard euro per jaar.