Nederland moet snel een organisatie krijgen die digitale dreigingen uit het buitenland in kaart brengt. Dat zegt de strategisch adviseur Nationale Veiligheid en Cyber van het ministerie van Defensie in de Volkskrant. "We moeten gaan opletten en detecteren."

"Dagelijks richten duizenden hackers - Russen, Chinezen, maar ook Iraniërs of hackers uit minder voor de hand liggende landen als Sudan - hun digitale pijlen op het Westen", waarschuwt brigadegeneraal Wilfred Rietdijk. Volgens hem moeten we daarom niet alleen in tijden van crises opletten, maar permanent.

Volgens Rietdijk moet een centraal orgaan daarom in de gaten houden op welke manier de democratie wordt ondermijnd door buitenlandse krachten. Inlichtingendiensten en Defensie zijn daar nu niet tegen opgewassen, zegt hij.

"Het gaat niet om één beslissende gebeurtenis. Zie het als een salami met dunne schijfjes, die staan voor ondermijning van de NAVO of de verwijdering in Nederland tussen links en rechts."

Bedreigend
Rietdijk ziet de informatieoorlog als zeer bedreigend voor de democratie. Volgens hem is Nederland vooral kwetsbaar als het gaat over integratieproblematiek, de weerklank van de islam en desinformatie op internet.

Hij wijst bijvoorbeeld op pogingen tot manipulatie en beïnvloeding via nepnieuws vanuit Rusland. Volgens hem heeft Moskou geprobeerd Nederlanders te manipuleren met valse berichtgeving over de MH17. Ook zou de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie in Litouwen voortdurend te maken hebben met Russische hackpogingen.

Met zijn pleidooi voor een centraal orgaan sluit Rietdijk aan bij het advies dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in mei gaf. Daarin werd gepleit voor een nationale veiligheidsraad, onder leiding van de premier, die het binnen- en buitenlandse veiligheids- en defensiebeleid bepaalt.

Of valt het mee?
NOS.nl publiceerde later op dinsdag een artikel waarin de dreiging zoals Rietdijk die beschrijft behoorlijk wordt genuanceerd. Je leest het hier.