Terwijl de hoeveelheid data die we verbruiken explosief groeit, wordt bij minder huishoudens en kleine bedrijven de snelste vorm van internet aangelegd.

Op het hoogtepunt in 2013 werden in zes maanden tijd nog bijna 300.000 huizen van glasvezel voorzien. Het afgelopen half jaar waren dat er minder dan 50.000, blijkt uit een analyse van adviesbureau Stratix op verzoek van de NOS.

Op dit moment heeft een derde van alle Nederlandse huishoudens, ongeveer 2,7 miljoen huizen, toegang tot supersnel internet via glasvezel. Als de aanleg in dit tempo doorgaat, duurt het nog zeker vijftig jaar voordat alle huidige huishoudens in Nederland glasvezel hebben.

Randstad loopt achter
Een stad als Eindhoven doet het goed: daar heeft 75 procent van de huishoudens en kleine bedrijven toegang tot glasvezel. Veel steden in de Randstad zitten daar ver onder, zoals Amsterdam met slechts 17 procent, Den Haag met 9 procent en Utrecht met 21 procent.

In Rotterdam heeft zelfs maar 3 procent van de huishoudens toegang tot glasvezel, ondanks het besluit van de gemeente in 2004 om binnen tien jaar iedereen te voorzien van het snelle internet.

In Gelderland, Overijssel en Oost-Brabant hebben juist veel mensen glasvezel tot aan de voordeur. In sommige gemeenten, zoals Almelo, Harderwijk en Hilvarenbeek, zelfs boven de 90 procent. Schiermonnikoog is kampioen glasvezelinternet met 99 procent.

Omdat de hoeveelheid data die we up- en downloaden exponentieel groeit, worden snelle internetverbindingen ook steeds belangrijker. KPN verwacht dat we de komende jaren elk jaar 50 procent meer data verbruiken dan het jaar daarvoor.

Glasvezel is in vrijwel alle gevallen sneller dan de oudere telefonie- en kabelnetwerken die door KPN en Ziggo worden gebruikt. Vooral de uploadsnelheid is fors hoger bij glasvezel: Ziggo biedt op zijn kabelnetwerk bij het duurste abonnement 40 megabit per seconde aan uploadsnelheid, terwijl je met glasvezel in sommige Nederlandse gemeenten een uploadsnelheid van 1000 megabit per seconde kunt halen. Dat glasvezelnetwerk is in veel gevallen ook van KPN.

KPN
De vertraagde opmars is voor een groot deel te wijten aan KPN. Dat bedrijf nam de grootste bouwer van glasvezelverbindingen voor consumenten, Reggefiber, in 2014 over.

Sindsdien legt Reggefiber veel minder glasvezel aan. In het halfjaar voor de overname sloot Reggefiber nog bijna 200.000 mensen aan op glasvezel; het afgelopen halfjaar waren dat er maar 27.000.

KPN zet nu steviger in op het verbeteren van zijn ADSL-netwerk, in plaats van de aanleg van glasvezel. Concurrent Ziggo hanteert die strategie al veel langer en legt helemaal geen glasvezel aan. Samen hebben KPN en Ziggo het overgrote deel van de Nederlandse internetmarkt in handen.

Het aanleggen van glasvezel is duurder dan het upgraden van de oudere netwerken, omdat er een nieuwe kabel naar elk huis moet worden gelegd. Daarvoor moet worden gegraven in de straat, maar in het geval van appartementencomplexen moeten ook kabels door het complex worden getrokken. "De glasvezelkabels zelf zijn niet zo duur, maar het graven wel", aldus hoogleraar Koonen.

Investeren in glasvezel is riskant omdat niet iedereen met een glasvezelverbinding ook daadwerkelijk een glasvezelabonnement neemt. Momenteel gebruikt maar 45 procent van de mensen met een glasvezelaansluiting die verbinding. Die abonnees zijn wel nodig om de investering terug te verdienen.

Naast Reggefiber zijn er nog andere glasvezelbedrijven die huishoudens op glasvezel-internet aansluiten, zoals E-Fiber, CIF en Cogas. Maar die bedrijven zijn veel kleiner en leggen veel minder kabels aan.