De smartphone is inmiddels het belangrijkste apparaat voor internetgebruik geworden, blijkt uit de jaarlijkse media-rapportage MSS.

Het aandeel Nederlanders met een smartphone steeg van 57 procent (2014) naar 75 procent (2016). De smartphone heeft vorig jaar de functie van favoriet internet-apparaat overgenomen van de laptop (71 procent). Onder pubers en jongeren (13 tot 34 jaar) is het gebruik van de smartphone het meest algemeen (95 procent).

Dat blijkt uit de zesde Media Standaard Survey 2016 (MSS); een jaarlijkse rapportage van bureau Kantar, voor de vier organisaties die in Nederland de luistercijfers, oplagen, kijkcijfers en online bereik meten. Kantar ondervroeg 6.060 huishoudens en 5.195 personen van 13 jaar en ouder.

93% gebruikt internet
Uit de rapportage blijkt dat vrijwel iedereen in Nederland (93 procent) internet gebruikt. Laagopgeleiden (76 procent) en ouderen (73 procent) wijken hiervan af, maar zijn bezig met een inhaalslag.

Het aantal huishoudens met internettoegang op de tv steeg in twee jaar van 17 procent naar 37 procent. Uit eerdere SCP-cijfers blijkt dat regulier tv-kijken zeer langzaam terrein verliest aan online video kijken (Uitzending Gemist, YouTube, Netflix).

Online video
De Nederlander kijkt dagelijks 2 uur en 24 minuten tv, en 23 minuten online video. Hierin zijn wel grote verschillen in de leeftijdsgroepen. Van de ouderen (65+) kijkt 90 procent reguliere tv, terwijl het aandeel onder pubers (13 tot 19 jaar) nog maar 49 procent is. Het aandeel online videokijkers in de laatste groep verdubbelde in twee jaar tijd naar 18 procent.

Frans Kok, directeur van kijk- en luister-onderzoekers SKO en NLO: 'Tv en radio individualiseren. Samen kijken wordt minder. Op smartphones kijk je vooral kortere, spraakmakende fragmenten, van Dumpert of YouTube. Dat heeft consequenties voor de langere programma’s.' Kok constateert verder dat vooral specifieke vrouwenprogramma’s het online goed doen: 'De vrouw heeft blijkbaar de slag om de afstandsbediening verloren, en gaat dus liever op de slaapkamer naar haar eigen programma’s kijken.'

Het aandeel mensen dat kranten leest op de smartphone steeg van 22 naar 29 procent. Onder jongeren (20 tot 34 jaar) is dat flink hoger: 48 procent. Naar de radio luisteren Nederlanders vooral op de klassieke manier: op de autoradio (73 %) of de radio thuis (56 %). Slechts 18 procent luistert radio via de smartphone. Ook hier wijken jongeren af: 42 procent.