De Belgische overheid zet het licht op groen voor de terugbetaling van gezondheidsapps en mobiele toestellen waarmee patiënten vanop afstand kunnen opgevolgd of behandeld worden.

In een eerste fase is dat een voorrecht voor 24 proefprojecten die de komende maanden starten en een half jaar zullen lopen. Vanaf 2018 volgt een geleidelijke algemene terugbetaling, zegt minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD).

De proefprojecten lopen in samenwerking met klassieke zorgverstrekkers, zoals ziekenhuizen, artsenpraktijken, mutualiteiten of thuisverplegers. Het gaat onder meer om het Cardio@Home-project van het AZ Groeninge in Kortrijk, waarmee patiënten met hartproblemen na een opname van afstand verder worden gevolgd, en het 'In-Ambulance Telestroke-project' in onder andere het UZ Brussel. Bij dat laatste worden ambulanciers via een draagbaar toestel in contact gebracht met een arts in het ziekenhuis om een patiënt met een beroerte op te volgen.

Om de prestaties van de 24 projecten een half jaar lang terug te betalen zet De Block 3,5 miljoen euro opzij. Uit die proefprojecten wil de overheid de nodige lessen trekken voor de bredere terugbetaling vanaf 2018.

Kwaliteitslabel
Intussen stoomt de overheid ook een kwaliteitslabel en een juridisch kader rond aansprakelijkheid klaar. Dat zijn allebei noodzakelijke voorwaarden voor een terugbetaling. Om zo’n kwaliteitslabel te krijgen moeten zorgverstrekkers of techbedrijven aan een hele reeks criteria voldoen.

Zo moeten de apps uiteraard wetenschappelijk onderbouwd zijn. Tegelijk formuleert de overheid een aantal eisen rond gegevensuitwisseling. De transfer van data van het toestel van de patiënt naar de arts en het ziekenhuis moet met respect voor de privacy gebeuren. De gegevens moeten daarom adequaat beveiligd worden. Tegelijk moeten de apps zich kunnen inschakelen in de al bestaande ITsystemen, zoals de elektronische patiëntendossiers.

Impact
De terugbetaling van de apps en de mobiele toestellen dreigt voer voor discussie te worden. De opkomst van dergelijke oplossingen kan een impact hebben op andere elementen en spelers in de gezondheidszorg. De telemonitoring - het volgen van de patiënt op afstand - kan tot gevolg hebben dat de patiënt minder op consultatie gaat bij zijn dokter of specialist. Vandaag verlopen vergoedingen en terugbetalingen veelal op het niveau van die klassieke prestaties, zoals consultaties bij huisartsen.

Frank Robben, de topman van het federale eHealth-platform, pleit voor een ‘gezondheidseconomische evaluatie’ na de testfase.